Hannah Bohez en Karen Allacker

Als we de klimaatdoelstellingen willen halen, moet er echt een transitie gebeuren in de bouwsector

Duurzaamheid staat hoog op de agenda bij VIPA. Met de uitvoering van de klimaatengagementen, de gratis energiescans in samenwerking met het VEB en de ontwikkeling van een GRO addendum zorg stond er in 2021 veel op de planning. Hannah Bohez (Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden) en Karen Allacker (KULeuven) geven meer uitleg.

“VIPA is een van de pioniers op het vlak van duurzaamheidscriteria verbinden aan het toekennen van subsidies”, opent Hannah Bohez, beleidsadviseur bij VIPA. “Deze criteria dateren echter van 2010. Er was dus nood aan een grondige update.” In de zoektocht naar een instrument om de duurzaamheid van bouwprojecten te meten en te vergroten, kwam VIPA uit bij GRO. Deze tool werd in 2017 gelanceerd door het Facilitair Bedrijf en kan gebruikt worden voor alle kleine en grote gebouwen die Vlaanderen bouwt of renoveert. “De naam GRO verwijst naar Gro Harlem Brundtland, een Noorse arts die het Brundtland-rapport uitbracht en zo de definitie van duurzaamheid vastgelegd heeft”, legt Bohez uit. “Als we architecten laten werken met duurzaamheidscriteria, dan moeten we als Vlaamse overheid dit zoveel mogelijk proberen te uniformiseren. Het was dus een logische keuze om dezelfde criteria als het Facilitair Bedrijf te hanteren.”

Om ervoor te zorgen dat de GRO ook aangepast is aan de specifieke vereisten van zorgvoorzieningen, werd een GRO addendum zorg uitgewerkt. Hiervoor werkte VIPA samen met het Departement Architectuur van de KULeuven. Onder leiding van prof. dr. Karen Allacker kwam er een wetenschappelijk onderzoek dat zich concentreerde op drie onderzoeksvragen. “In eerste instantie hebben we nagegaan in hoeverre het bestaande instrument GRO alle duurzaamheidsaspecten afdekt die van belang zijn voor de zorgsector.” vertelt Allacker. “Een tweede uitdaging was om het ambitieniveau per criterium te gaan definiëren. In GRO heb je namelijk verschillende ambitieniveaus: voor elk van de duurzaamheidscriteria kan je kiezen voor een goede, betere of uitstekende prestatie. Tenslotte merkten we dat de bewijslast om aan te tonen dat je voldoet aan de criteria vrij hoog is. Daarom hebben we specifieke ontwerprichtlijnen gedefinieerd met oog voor evenwicht tussen het gewenste ambitieniveau, type project, type gebouw en de financiële en technische haalbaarheid naar uitvoering.” Uit dit onderzoek bleek dat hoewel er wel degelijk nood is aan een addendum zorg, GRO grotendeels toepasbaar is bij zorggebouwen. “De rode draad blijft gelijk, maar op bepaalde aspecten stellen we hogere eisen, bijvoorbeeld op het vlak van binnenluchtkwaliteit. Heel drastische wijzigingen zijn er dus niet, het gaat eerder over verfijningen en klemtonen”, besluit Allacker.

"Als we de klimaatdoelstellingen willen halen, moet er echt een transitie gebeuren in de bouwsector"

Waarom een duurzaamheidsmeter zo broodnodig is? “Duurzaamheid is een heel breed begrip en er is een wildgroei aan wat nu eigenlijk duurzaamheid is. Ik denk dat het belangrijk is dat er een leidraad komt over hoe we duurzaamheid vandaag zien”, vertelt Allacker. Bohez beaamt dit. “GRO is meer dan enkel een regelgevend kader. Vanuit VIPA vinden we het enorm belangrijk dat we voorzieningen begeleiden en mee op pad nemen. Sommigen zien door de bomen het bos niet meer. De bouwsector is verantwoordelijk voor zo’n 60% van de CO2-uitstoot. Als we de klimaatdoelstellingen willen halen, moet er echt een transitie gebeuren in de bouwwereld. GRO kan hier dienen als een houvast”, vertelt Bohez. “Onderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie toont ook aan dat klimaatverandering een enorm gezondheidsrisico vormt. Als je wil inzetten op preventieve gezondheidszorg, dan moet je dus ook bewust gaan bouwen."

Ook op andere domeinen was VIPA het afgelopen jaar bezig met duurzaamheid. Al in 2017 ondertekenden de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, samen met acht koepelorganisaties, Verso, het Vlaams Energiebedrijf (VEB) en het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin dertien klimaatengagementen. De sector streeft in deze engagementen naar een jaarlijkse energiebesparing van 2,09%. Om deze doelstelling te realiseren voorziet het VIPA middelen en ondersteuning. “Deze engagementen zijn sterk gefocust op energie-efficiëntie en CO2-reductie, maar ook op duurzaamheid op de agenda krijgen en zo ook op organisatieniveau de nodige acties te ondernemen”, vertelt Bohez. Zo konden voorzieningen het afgelopen jaar aan de slag met het Actieplan Duurzaam Ondernemen. Dit geeft aan welke impact een voorziening heeft op het klimaat en welke stappen ze kan zetten om deze impact te verlagen. “Dit gaat breder dan enkel energie-efficiëntie. Bij zorgvoorzieningen spelen ook andere zaken zoals bijvoorbeeld afvalreductie, voedseloverschotten en mobiliteitsplannen een belangrijke rol.”

"Als je wil inzetten op preventieve gezondheidszorg, dan moet je ook bewust gaan bouwen”

Om welzijns- en zorgvoorzieningen te helpen hun energieverbruik en CO2-uitstoot te reduceren, bundelden VIPA en het Vlaams Energiebedrijf (VEB) al in 2017 de krachten. Door middel van gratis energiescans brengen ze het energieverbruik van voorzieningen gedetailleerd in kaart, aangevuld met een overzicht van alle energiebesparende maatregelen die de energiefactuur doen dalen en de CO2-uitstoot verminderen. Afspraak is dat voorzieningen die zich gratis laten scannen alle maatregelen treffen die zichzelf binnen de vijf jaar terugverdienen. Die maatregelen zijn economisch rendabel. Voor andere – duurdere – maatregelen kunnen ze indien nodig een subsidie aanvragen bij VIPA. “Het afgelopen jaar hebben we de bestaande data geanalyseerd om een beeld te krijgen van de impact van de maatregelen. Alle maatregelen die werden doorgevoerd of gesubsidieerd – en waarvoor dus al engagement werd aangegaan om er de komende jaren werk van te maken – zijn samen goed voor een werkelijke CO2-reductie van meer dan 28.700 ton per jaar en een jaarlijkse daling van de energiefactuur met meer dan 7,2 miljoen euro. “VIPA subsidieert maar een beperkt segment van de zorgvoorzieningen, terwijl de energiescans openstaan voor iedereen die over een erkenning of vergunning beschikt. Zo kunnen we ook mensen bereiken die we anders niet zouden bereiken. We gaan nu veel gerichter proberen die groep aan te spreken”, besluit Bohez.