Bart Lemmens en Pieter De Meester

De prioritaire vaccinatie leek eenvoudig, maar was een indrukwekkend staaltje van samenwerking

De prioritaire vaccinatie van Vlaamse zorgprofessionals was een van dé huzarenstukjes van 2021, en een goed voorbeeld van samenwerking tussen het Departement WVG, het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid en heel wat andere partners. Bart Lemmens (Team Informatie) en Pieter Demeester (WhoCares?), twee van de hoofdrolspelers, blikken terug.

Eind 2020 werd de vaccinatiestrategie uitgetekend. Die bepaalde dat zorgprofessionals recht hadden op prioritaire vaccinatie. Het team eerste lijn van het Agentschap Zorg en Gezondheid kreeg de taak om dit in Vlaanderen in goede banen te leiden. Ter versterking van het team werd Pieter Demeester aan boord gehaald, van het consultancybedrijf WhoCares?. “Dat is een vrij jonge organisatie, specifiek gericht op geïntegreerde zorg. In juli 2020 begeleidde ik al de Zorgraden bij hun taak om lokale covid-uitbraken onder controle te krijgen, ook in opdracht van het team eerste lijn. Ik kende het reilen en zeilen bij het Agentschap Zorg en Gezondheid dus al vrij goed. Toen de vaccinatiecampagne in zicht kwam, was er ineens die nieuwe opdracht om zorgprofessionals prioritair te laten vaccineren. Die leek me eigenlijk vrij eenvoudig. Maar achteraf bekeken kwam daar veel meer bij kijken dan initieel gedacht. (lacht)”

“Het aantal vaccins was in de beginperiode zeer beperkt, dus dat waren gevoelige keuzes”

In eerste instantie moest er worden beslist wie op die prioritaire lijst zou belanden. “Het aantal vaccins was in de beginperiode zeer beperkt, dus dat waren gevoelige keuzes”, vertelt Demeester. “Bovendien sloeg Covid in die periode genadeloos toe. Dus foute beslissingen konden fatale gevolgen hebben. We probeerden zoveel mogelijk objectieve criteria te gebruiken: hoe groot is de kans op hoogrisicocontacten, welke impact heeft de beroepsgroep op het beperken van overlijdens door COVID-19, hoezeer draagt de beroepsgroep toe tot de zorg voor de meest kwetsbaren… Daarover zijn lange discussies gevoerd met de verschillende beroepsgroepen. Dankzij de intensieve samenwerking met Vlaams Instituut voor de Eerste Lijn (Vivel), konden vrij snel knopen worden doorgehakt. Er viel nu eenmaal geen tijd te verliezen. Maar zodra de lijst met prioritaire beroepen klaar was, moesten we natuurlijk ook nog weten over welke mensen dat precies ging.” 

Sta ik op de lijst?

Al snel bleek dat er ondersteuning nodig zou zijn op het vlak van data en ICT, dus toen werd Bart Lemmens, IT-manager bij het Departement WVG, ingeschakeld. “Eigenlijk had ik geen flauw idee van wat ik hem precies vroeg”, lacht Demeester. “Ik dacht dat het voor hem een opdracht van één dag per week zou worden. Terwijl zijn volledige dienst er uiteindelijk een lange periode 24/7 mee bezig is geweest.” Lemmens knikt. “Er was geen lijst met namen, adressen en contactgegevens van mensen uit de prioritaire groepen. Deels konden we terugvallen op authentieke bronnen, zoals de CoBRHA-databank. Die kruisten we met andere databanken, zoals de RIZIV-gegevens en lijsten van de ziekenfondsen. Zo ontstond een lijst van 240.000 mensen. Met zo’n hoeveelheid kan je uiteraard niet hoofd per hoofd nagaan of iedereen er terecht op staat, maar het was de best mogelijke oplossing. Nadien hebben we de lijst nog laten aanvullen door werkgevers, overheden, koepelorganisaties en eerstelijnszones. Bij die laatste werden er zogenaamde ‘liaisons’ aangeduid: aanspreekpunten voor één bepaalde beroepsgroep.”

Want onvermijdelijk zaten veel mensen uit de sector met vragen: sta ik op de lijst of niet? “We moesten vermijden dat we binnen het Agentschap Zorg en Gezondheid overstelpt zouden worden met zulke vragen”, vertelt Demeester. Toen kwam Lemmens met het idee van een zelftool, met de toepasselijke naam ‘Sta ik op de lijst?’. “Daar konden zorgprofessionals dat zelf controleren. Als ze hun naam niet terugvonden, konden ze hun liaison contacteren. Die moesten op hun beurt nagaan of die persoon recht had op een prioritaire vaccinatie en hem vervolgens zelf aan de lijst toevoegen, via een webapplicatie.” Het aantal partners was indrukwekkend. Iedereen zat ook in hetzelfde schuitje: op alle niveaus moest geïmproviseerd worden, om zo snel mogelijk de best mogelijke oplossingen te vinden. Ook met eHealth werd intensief samengewerkt, vertelt Lemmens. “Toen de vaccinatiecentra klaar waren, konden zij tijdslots beschikbaar stellen, maar die niet koppelen aan namen. Daarvoor hebben we samen de vaccinatiecode-databank opgericht, waar de namen in de juiste volgorde - volgens de afgesproken prioriteiten – uit kwamen gerold.”

Mobilisatie-power

Oorspronkelijk was de doelstelling dat 80% van de zorgprofessionals die uitgenodigd werden voor een prioritaire vaccinatie, daarop zouden ingaan. “Het werd vrij snel duidelijk dat we die doelstelling vlot zouden halen", vertelt Demeester. “Dat was best wel een succes. We hadden daar wel op gehoopt, maar zeker ben je nooit. Veel zorgverleners zagen het wel als een voorrecht om als eerste aan de beurt te komen, maar anderen voelden ze zich de ‘proefkonijnen’ van de vaccinatiecampagne.”

Uit dit hele project kunnen zeker lessen worden getrokken voor de toekomst, zegt Lemmens. “De databank met correcte contactgegevens van alle zorgprofessionals op de eerste lijn zouden we verder moeten verduurzamen. Zo is er allicht een CoBRHA-wet of -samenwerkingsakkoord nodig, om de persoonsgegevens van zorgverleners op een wettelijke manier te kunnen uitwisselen.”

“Veel mensen hadden begin vorig jaar het gevoel dat het huis in brand stond. Iedereen die kon blussen, wilde meehelpen”

Hoe hectisch het voorbije jaar ook was, toch blikken beide heren met heel veel enthousiasme terug. “Ik ben vooral verbaasd over de ‘mobilisatie-power’ die we hebben gezien. Neem nu dat netwerk van liaisons: dat waren een 300-tal mensen die we op zeer korte termijn hebben kunnen overtuigen om hun complexe opdracht te aanvaarden. We wisten vooraf niet goed wat hun rol zou inhouden, maar uiteindelijk hebben zij heel intensief werk geleverd.” Lemmens knikt. “Veel mensen hadden begin vorig jaar het gevoel dat het huis in brand stond. Iedereen die kon blussen, wilde meehelpen. Het leidde tot een samenwerking tussen ambtenaren, medewerkers en vertegenwoordigers van zowat alle actoren die iets met zorg te maken hebben.”