Wim Van de Voorde en Pascale Frank

Als je met geweld wordt geconfronteerd, kom dan uit je kot

Zoals gevreesd steeg tijdens de lockdowns in 2020 het aantal gevallen van intrafamiliaal geweld. Maar op verschillende fronten staken hulpverleners een stevig tandje bij, vertellen Wim Van de Voorde (1712) en Pascale Frank (Family Justice Center Antwerpen).

Bij 1712, de professionele hulplijn voor vragen over geweld, misbruik en kindermishandeling, voelden ze vanaf het begin van de lockdown dat de noden in de samenleving zéér groot waren, vertelt coördinator Wim Van de Voorde. “In heel 2020 kregen we ruim 8.000 oproepen, een stijging met 50 procent tegenover 2019. De grootste toenames zagen we in april en mei, middenin de eerste lockdown. We hebben toen heel snel geschakeld: onze openingsuren met de helft uitgebreid en extra hulpverleners ingeschakeld om e-mails en chatgesprekken te beantwoorden. Want we merkten dat vooral die kanalen heel populair werden. Logisch ook: als iedereen thuis zit door de lockdown, is het moeilijker om discreet te bellen over geweld.” Precieze cijfers over de toename van intrafamiliaal geweld zijn er niet, maar wel heel wat indicaties. “De stijging van het aantal oproepen bij 1712 is er daar één van, al kan dit ook te maken hebben met onze groeiende bekendheid en gestegen capaciteit. Maar ook uit de online enquête van het Kinderrechtencommissariaat bij 44.000 kinderen, in mei 2020, bleek dat zij veel meer ruzie en geweld rapporteerden. Ook bepaalde politiezones kregen een pak meer meldingen. Maar we mogen natuurlijk niet vergeten dat er ook voor de coronacrisis al zeer veel intrafamiliaal geweld voorkwam: jaarlijks worden gemiddeld 60.000 pv’s opgemaakt bij de federale politie, en dat is slechts het topje van de ijsberg.”

“De risicofactoren voor geweld namen ernstig toe: stress, sociaal isolement, middelengebruik, … En de beschermende factoren vielen voor een groot deel weg”

Ook bij het Family Justice Center (FJC) in Antwerpen merkten ze dat mensen enorm op hun tandvlees zaten, zeker tijdens de tweede lockdown, vertelt Pascale Frank. “Dat uitte zich in meer agressie tussen mensen onderling, maar ook tegenover onze medewerkers. Normaal zien we enkele keren per jaar gevallen van agressie tegenover medewerkers, maar vooral in de tweede lockdown zagen we dat aanzienlijk stijgen. De risicofactoren voor geweld namen dan ook ernstig toe: stress, sociaal isolement, middelengebruik, … En de beschermende factoren, zoals onze groepscursus rond emotieregulatie of onze lotgenotenwerking, vielen voor een groot deel weg. We hebben uiteraard direct alternatieven ingezet, zoals online hulp, maar je mist toch veel belangrijke aspecten van fysieke hulp en bovendien is de drempel voor veel gezinnen hoog. De oproep van voormalig minister van Volksgezondheid Maggie De Block - ‘blijf in uw kot’ - hebben wij aangevuld met: ‘als je met geweld wordt geconfronteerd, kom dan uit je kot’. Of het nu virtueel is, via 1712, bij politie, … reik uit naar hulp. Onze teamleden organiseerden stoepgesprekken, spraken buiten af met slachtoffers, maakten pakketten voor kinderen die geen toegang hadden tot internet, enzovoort.”

Noodopvang

Ook de opvangmogelijkheden voor slachtoffers van intrafamiliaal geweld kwamen door corona onder druk te staan. Onder normale omstandigheden zijn er verschillende opties, zoals de crisisopvang van het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk), de vluchthuizen en de FJC’s. “Maar we merkten al vanaf het begin van de lockdown dat er een tekort aan opvangbedden zou komen”, legt Frank uit. “Normaal zoeken we zoveel mogelijk ondersteuning binnen het eigen netwerk van de slachtoffers, maar door de coronamaatregelen kon dat niet. En we zagen dat de doorstroom trager verliep: het was vaak moeilijker om terug te keren naar huis, er moest rekening gehouden worden met quarantainemaatregelen, slachtoffers mochten geen kamers delen, … Om tegemoet te komen aan de verhoogde druk voor beschikbare opvangplaatsen zijn we snel op zoek gegaan naar een preventieve oplossing. In samenwerking met de gouverneur en de bestendige deputatie van de provincie Antwerpen konden we terecht in het Provinciale Vormingscentrum Malle. Door corona lag alles daar stil, dus mochten wij enkele units vrijmaken om moeders met kinderen op te vangen. De provincie zette de medewerkers, die door corona tijdelijk werkloos waren, in om de opvang mee te verzorgen. En een van de Vlaamse coördinatoren van het FJC, Ann Beliën, werd vrijgemaakt voor de permanentie. We boden onderwijs, groepswerking (na een quarantaine), opvolging door hulpverleners, enzovoort. Onze opvang was open van april tot juni en in die tijd hebben we een 14-tal gezinnen kunnen helpen. En we kregen navolging: Vlaams minister van Justitie en Handhaving Zuhal Demir en Vlaams minister van Welzijn, Wouter Beke, organiseerden vervolgens een gelijkaardige noodopvang in Lanaken voor de andere Vlaamse provincies.”

Als er iets geleerd is uit coronajaar 2020, dan wel dat er nog meer nood is aan samenwerking, besluit Van de Voorde. “We moeten de keten zo kort mogelijk maken, met een goede samenwerking tussen hulpverleners, justitie en politie – iets waar al veel goede voorbeelden van zijn. Maar we mogen familiaal geweld – dat in zeer veel vormen voorkomt – ook niet ‘institutionaliseren’. Heel de samenleving is mee verantwoordelijk. Vanuit 1712 kunnen we een heel belangrijke rol spelen: onze hulplijn is gratis en anoniem, maar mensen komen er wel terecht bij professionele hulpverleners. We hebben een team in elke provincie, waardoor er altijd vijf telefoonlijnen beschikbaar zijn. In januari 2021 hebben we onze capaciteit nog uitgebreid: op piekmomenten wordt in elke provincie een extra telefoonlijn bemand. Dan zijn er dus tien beschikbaar, bovenop onze twee chatlijnen. En tijdens onze sluitingsuren verwijzen we door naar Tele-Onthaal. In het voorbije crisisjaar hebben we bewezen hoe cruciaal al onze organisaties zijn, dus op die sterkte bouwen we zeker verder.”