Peter Pletincx en Werner François

De meeste werkgestraften zijn blij dat ze hun straf kunnen uitvoeren op ons prachtige domein

Het aantal werkstraffen stijgt elk jaar. Maar door corona kwam dat systeem in 2020 sterk in het gedrang. Peter Pletincx van het Justitiehuis Brussel zocht en vond alternatieven, onder meer bij het Agentschap Natuur en Bos. Ploegbaas Werner François getuigt over zijn eerste ervaringen met werkgestraften.

“Het aantal werkstraffen is de voorbije jaren sterk gestegen”, vertelt Peter Pletincx, directeur van het Justitiehuis Brussel. “In Brussel krijgen we zeer veel dossiers binnen: in 2020 waren dat er bijna 600. Driekwart daarvan komt van de politierechtbanken, vooral die van Halle en Vilvoorde. De politierechters weten dat het efficiënte straffen zijn en dat ze effectief worden uitgevoerd, binnen het jaar. Wij hebben onze werking de voorbije jaren stevig uitgebouwd, met veel partners en een honderdtal prestatieplaatsen. Daarom is het vertrouwen van de rechters sterk gegroeid en blijft het aantal werkstraffen toenemen.” Niets dan goed nieuws dus. Maar toen was er plots corona. “Tijdens de eerste lockdown viel het land letterlijk stil en dat gold dus ook voor de werkstraffen: onze prestatieplaatsen moesten bijna allemaal de deuren sluiten. Op dat moment waren voor ons Justitiehuis ruim 350 mensen met een werkstraf bezig, maar 90 procent daarvan kwam ‘on hold’ te staan. En we konden ook geen nieuwe dossiers opstarten. Dat was ook logisch: onze prestatieplaatsen zijn altijd openbare diensten en vzw’s, organisaties die zich inzetten voor de maatschappij. Denk aan groendiensten, containerparken, culturele centra, bibliotheken, woonzorgcentra, … Allemaal sectoren die zwaar getroffen werden.”

“Tijdens de eerste lockdown viel het land letterlijk stil en dat gold ook voor de werkstraffen: onze prestatieplaatsen moesten bijna allemaal de deuren sluiten”

Maar ook na de eerste lockdown konden veel werkstraffen nog steeds niet doorgaan, legt Pletincx uit. “Het normale leven is nooit honderd procent opnieuw opgestart, het bleef altijd wat ‘kabbelen’. Ruim 75 procent van onze klassieke prestatieplaatsen was nog steeds niet beschikbaar, om allerlei redenen: omdat het puur praktisch niet kon, of uit bezorgdheid om nieuwe besmettingen. Daarom trok Vlaams minister van Justitie Zuhal Demir aan de alarmbel: ze wilde vermijden dat er straffeloosheid zou ontstaan en vroeg ons om naar alternatieven te zoeken. Zelf heb ik bijvoorbeeld heel wat scholen gecontacteerd. Zij hadden na de eerste lockdown veel hulp nodig, met het ontsmetten van hun gebouwen bijvoorbeeld. Op zich was er zeker interesse, want het is altijd een win-winsituatie: de school wordt gratis geholpen, wij hebben een nieuwe prestatieplaats en de betrokkene kan zijn werkstraf uitvoeren. Maar uiteindelijk hadden de scholen het te druk om hun werking voortdurend aan te passen aan de Covid-instructies en wilden ze uit vrees voor besmettingen derden zoveel mogelijk weren van de school, waardoor dat nooit is gelukt.”

Rozentuin

Maar minister Demir is ook bevoegd voor het Agentschap Natuur en Bos, waardoor het idee ontstond om daar enkele pilootprojecten te lanceren. Een daarvan was een samenwerking met Coloma, een internationale rozentuin in Sint-Pieters-Leeuw. “In onze rozentuin groeien meer dan 3.000 verschillende rozensoorten uit 28 landen. Het onderhoud van die tuin en het omringende park – samen goed voor 15 hectare – is dus best zwaar, zeker omdat ons team maar vier mensen telt”, vertelt ploegbaas Werner François. Toen hij voor het eerst hoorde over het proefproject met werkstraffen, had hij daar dubbele gevoelens bij. “Alle hulp is hier welkom, maar anderzijds schrok het me ook af om met gestraften te werken. Ik wist niet wat ik van hen kon verwachten. Maar in de zomervakantie zijn de eerste gesprekken gestart met potentiële kandidaten en hun justitieassistent. De kandidaten worden vooraf door het justitiehuis goed gescreend, om zeker te zijn dat ze gemotiveerd en geschikt zijn om in de rozentuin te werken. Als ik dan ook nog een ‘klik’ voelde, konden we een overeenkomst sluiten. Afhankelijk van hun straf – die bij ons gemiddeld 40 à 50 uur bedraagt – spraken we af op welke dagen ze hier konden komen werken. Voor sommigen lukt dat één dag per week, anderen komen voltijds. Na een korte opleiding konden ze meedraaien als een volwaardig lid van ons team: snoeien, onkruid wieden, verhakselen, enzovoort.”

In 2020 ontving het Agentschap Natuur en Bos in totaal dertien werkgestraften en voorlopig blijft de samenwerking verder lopen. “Ik was zéér aangenaam verrast”, vertelt François. “De meeste werkgestraften zijn zeer gemotiveerd en blij dat ze hun straf kunnen uitvoeren op ons prachtige domein. Het zijn ook niet de typische ‘misdadigers’ die je misschien zou verwachten. Meestal zijn het burgers zoals jij en ik, die bijvoorbeeld door het rood gereden zijn of dronken achter het stuur zijn gekropen. Op dat vlak zijn mijn ogen echt opengegaan. En dat geldt ook voor de andere leden van het team. Aanvankelijk stonden zij ook wat weigerachtig tegenover dit proefproject, maar intussen zijn de meesten wel bijgedraaid. We hebben ook niet één incident meegemaakt.”

Je kunt nooit uitsluiten dat het toch een keertje misgaat, zegt Pletincx. “Maar door onze strenge voorselectie én het gesprek met de prestatieplaats, zijn de ervaringen bijna altijd positief. Prestatieplaatsen worden ook nergens toe verplicht: ze stappen vrijwillig in dit aanbod en hebben het recht om op elk moment te stoppen. En je mag niet vergeten dat ook de werkgestraften veel te winnen én te verliezen hebben. Als ze hun werkstraf tot een goed einde brengen, komt hun misdrijf niet op hun strafregister. Maar anderzijds spreekt een rechter ook steeds een vervangende straf uit: als ze hun werkstraf niet correct uitvoeren, hangt hen een geldboete of gevangenisstraf boven het hoofd. Heel wat gestraften bekijken dit trouwens positief: het is een mooie werkervaring, voor sommigen is het zelfs de eerste keer dat ze zo lang op één plaats blijven werken. In heel uitzonderlijke gevallen krijgen ze nadien zelfs de vraag om te blijven. Over het algemeen kunnen we zeggen dat dit systeem zeer goed werkt. Van de werkstraffen die we bij Justitiehuis Brussel begeleiden, wordt 90 procent tot een mooi einde gebracht. Een goed rapport, zou ik zeggen.”