Patrick Bedert, Marijke Enghien en Stef Van Eekert

Deze crisis heeft getoond dat we de overheid écht nodig hebben

Aan het begin van de pandemie werd al snel de Taskforce Zorg met zeven projectgroepen opgericht, met medewerking van koepelorganisaties, vakbonden en experten. Patrick Bedert, Marijke Enghien en Stef Van Eekert vertellen hoe de Taskforce Zorg ondersteuning bood bij de hulpvragen uit de sector bij de pandemie.

De Taskforce COVID-19 Zorg bestaat uit vertegenwoordigers van de Vlaamse overheid, koepelorganisaties, vak- en gebruikersorganisaties. Karine Moykens zit de vergaderingen voor. In zes projectgroepen zitten vertegenwoordigers van de entiteiten van de Vlaamse overheid, koepelorganisaties, vertegenwoordigers van vakbondsorganisaties, uitgebreid met academische experten waar nodig. Een zevende projectgroep draait rond Outbreak Support en wordt opgevolgd door het Agentschap Zorg en Gezondheid en het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Aanvankelijk vergaderden de projectgroepen zes keer per week, later werd dat (twee-)wekelijks.

“De taskforce werd officieel opgestart op 8 april, maar de ondersteuning bij uitbraken startte eigenlijk al begin maart”, steekt Stef Van Eekert van wal. “Zorg en Gezondheid vroeg toen hulp omdat ze volledig overstelpt werden met hulpvragen. Er werd een oproep gedaan naar collega’s die wilden helpen met contact tracing. Als je daarop terugkijkt met wat we nu weten, dan begrijpen we wel dat het opbellen van mensen die in contact kwamen met besmette personen door Zorg en Gezondheid alleen niet lang haalbaar bleef, omdat de pandemie snel uitbreidde: later zijn er 1.200 mensen aangeworven voor de contact tracing. Dat spoor werd dus al snel verlaten en er werd ingezet op het beantwoorden van vragen van zorgprofessionals en de ondersteuning van voorzieningen die met uitbraken geconfronteerd werden. Het C-OST (Corona-Outbreak Support Team) kreeg zo vorm.”

Marijke Enghien is voorzitter van de werkgroep psychosociaal welzijn. “Deze groep houdt zich bezig met het psychosociaal welzijn van gebruikers, hun directe sociale omgeving en het personeel van de voorzieningen. Daarvoor werd  onder andere het platform DeZorgSamen opgericht, specifiek voor het personeel. Via dat platform delen we tips om veerkracht te behouden en met stress om te gaan. Via de Zorgbarometer peilen we bij het personeel hoeveel stress ze ervaren en rond welke onderwerpen we ondersteuning moeten bieden of webinars kunnen organiseren. In het begin merkten we dat psychische aspecten het zwaarst wogen. Later namen de fysieke gevolgen van stress steeds meer de overhand: denk aan wakker liggen door piekeren en oververmoeidheid. We hebben ook aandacht voor mantelzorgers. Omdat bepaalde vormen van hulpverlening tijdelijk stopgezet werden, kwamen meer zorgvragen op hun schouders terecht. We zorgden ook voor de ondersteuning van bewoners van residentiële voorzieningen (zoals woonzorgcentra) en hun directe sociale omgeving. Zo hebben we bijvoorbeeld gezorgd voor hulp en ondersteuning na een overlijden en bij de verwerking van een verlieservaring. Indien gewenst nam het CAW (Centrum Algemeen Welzijnswerk) daarvoor contact op met de nabestaanden.”

“We belden vanuit het Outbreak Support Team in eerste instantie die voorzieningen op die met meer dan twee besmette cliënten werden geconfronteerd. We polsten naar hun situatie en gingen na of ze wisten hoe ze alles konden aanpakken. We probeerden hen daarbij richting te geven”, vertelt Stef Van Eekert. “Als dat nodig bleek, gaven de medewerkers van de afdeling Infectieziekten van Zorg en Gezondheid nog meer gespecialiseerd advies. En als dat nog niet voldoende was, gingen we soms ter plaatse kijken hoe een voorziening georganiseerd was en of het bijvoorbeeld mogelijk was om een cohorte te maken. Zo’n cohorte brengt mensen met een besmetting samen en heeft organisatorisch voordelen. Ondertussen waren er ook mobiele teams die zorgpersoneel opleidden om de hygiënemaatregelen juist toe te passen. Het was allemaal niet op één dag georganiseerd, maar ondertussen is het een geoliede machine.”

Netwerken die blijven renderen

Patrick Bedert zit de projectgroep Richtlijnen voor. “Wij leggen de kaders vast die aangeven hoe voorzieningen best omgaan met persoonlijk beschermingsmateriaal, de bezoekregeling, hoe ze infrastructuur kunnen inrichten, hoe ze moeten handelen bij een vastgestelde besmetting, waar ze op kunnen letten bij cohorteren, … Daarnaast is er de projectgroep Materiaal die de voorraden, bestellingen en leveringen van onder andere alcoholgel, maskers en zuurstof in het oog houdt en die deze gratis ter beschikking stelt. En in de projectgroep Externe Partners werd nagegaan hoe verschillende sectoren en voorzieningen mekaar kunnen helpen. Zo konden woonzorgcentra een 0800-nummer bellen om hulp te vragen van thuisverpleegkundigen en gezinszorg. Ik denk dat deze crisis een boost geeft aan het beleidsdomein en solidariteit tussen afdelingen en partners. Veel mensen hebben elkaar leren kennen over sectoren heen. Die netwerken gaan ook na deze crisis blijven renderen.”

“De crisis bedwingen ging niet vanzelf. Heel veel mensen hebben heel erg hard gewerkt om dit te realiseren”

Er werd hard gewerkt, voor en achter de schermen. Dat wordt door sommigen misschien wel onderschat, aldus Marijke Enghien. “In het voorjaar hebben veel van mijn mensen heel hard gewerkt. Op een bepaald moment waren wij bijna dagelijks bezig met het opstellen van richtlijnen naar de CAW’s, naar Samenlevingsopbouw en de verenigingen waar armen het woord nemen, met het beantwoorden van vragen uit de sectoren, het monitoren van uitbraken in de thuislozenzorg, het doorgeven van vragen voor beschermingsmateriaal naar het Agentschap Zorg en Gezondheid, … En dan heb ik het nog over relatief kleine sectoren. Ik kan me voorstellen dat het bij Zorg en Gezondheid voor de woonzorgcentra en het VAPH (Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap) nog veel zwaarder was.”

“In deze periode is ook gebleken hoe belangrijk een overheid is”, vult Stef Van Eekert aan. “In ‘normale’ tijden wordt er veel geresponsabiliseerd. Maar als het erop aankomt, heb je die overheid écht nodig. Om te coördineren, verantwoordelijkheid op te nemen, materiaal aan te kopen en te verdelen. Dat ging niet vanzelf. Heel veel mensen hebben heel erg hard gewerkt om dit te realiseren.”