Karine Moykens

De testing en tracing in ons land is performant

Karine Moykens, secretaris-generaal van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG), kreeg in volle coronacrisis de leiding over de Vlaamse Taskforce COVID-19 Zorg. Sinds juni 2020 is ze ook voorzitter van het Interfederaal Comité Testing & Tracing (IFC), dat ons land naar de exit begeleidt.  

Testing en contactonderzoek zijn essentieel in de strijd tegen COVID-19. Het IFC leidt die zaken in goede banen en zorgt voor afstemming tussen het federale en deelstaatniveau (het Vlaamse, Waalse, Brusselse en Duitstalige niveau), aangezien bevoegdheden in ons land vaak versnipperd zijn. Zo is er een overkoepelend IT-platform voor de tracing en wordt overal in België met dezelfde scripts en formulieren gewerkt, terwijl de deelstaten bevoegd zijn voor de callcenters die het systeem en die scripts gebruiken. Het IFC lanceerde ook de app Coronalert en stroomlijnt alles wat te maken heeft met reizigers in tijden van corona, zoals onder meer de Passenger Locator Forms (PLF). Het IFC ontstond vanuit de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid (IMC), waarin alle bevoegde ministers van ons land zetelen. Zij vroegen Karine Moykens in juni 2020 om het stokje over te nemen van Emmanuel André, toen die als voorzitter opstapte.

“85% van de indexpatiënten en 88% van de hoogrisicocontacten worden binnen de 24 uur bereikt. Tussen de staalafname en de oproep van een call agent zit gemiddeld anderhalve dag”

“Mijn eerste reactie was dat mijn profiel totaal anders was dan dat van viroloog André, maar er bleek nood te zijn aan een manager, iemand die bruggen bouwt tussen de verschillende deelstaten. Als civil servant nam ik mijn verantwoordelijkheid en sindsdien zoek ik binnen het IFC – met betrokken partners op alle niveaus – naar antwoorden op de uitdagingen die de testing en het contactonderzoek met zich meebrengen”, zegt Karine Moykens. “En daar slagen we – alles bij elkaar genomen – ook in”, meent ze. “Er is cohesie tussen de deelstaten, beslissingen worden in consensus genomen en er is nu een performant systeem voor ons land. 85% van de indexpatiënten en 88% van de hoogrisicocontacten worden binnen de 24 uur opgespoord en bereikt. Tussen de staalafname en de oproep van een call agent zit gemiddeld anderhalve dag, wat weinig is.”

Bijsturen in elke stap

“Om daartoe te komen, hebben we bijgestuurd in elke stap van de testing en tracing”, legt Moykens uit. “Het begint als iemand symptomen vertoont en naar de dokter gaat, een voorschrift krijgt, een test ondergaat die getransporteerd en vervolgens geanalyseerd wordt, het resultaat krijgt dat ook opgenomen wordt in de databank en waarmee de contactname van zowel de indexpatiënt als zijn hoogrisicocontacten én het bron- en clusteronderzoek effectief van start gaan. Elk van die stappen werd efficiënter. Door bij te sturen is er nu een systeem dat goede contact tracing mogelijk maakt voor heel ons land. Dat is een verwezenlijking, ook al beseffen we dat er altijd ruimte is voor verbetering en wordt daar voortdurend naar gestreefd.”

“Ook toen bleek dat buitenlandse reizen een issue waren bij het binnenbrengen van het virus en varianten, hebben we snel bijgestuurd”, gaat Moykens voort. “Met het Passenger Locator Form (PLF) hebben we op korte tijd een brand new systeem op poten gezet dat relatief uniek is in de wereld. Griekenland en Spanje hebben ook een systeem van PLF’s, maar minder uitgewerkt dan het onze.”

Kerfjes op de ziel

Toch klinkt er soms kritiek. “Als die terecht is, gaan we daarmee aan de slag”, zegt Karine Moykens. “Dat was vooral zo in het begin, toen het contactonderzoek nog kinderziektes had. Tot november stuurden we bij. We staan open voor kritiek, zeker als die tot verbetering kan leiden. Maar soms is kritiek ook onterecht, zoals in de Pano-reportage over de contact tracing van februari 2021. Media moeten correct informeren. Als het niet goed is mag het gezegd worden. Maar als het wel goed is, mogen media het niet anders zeggen dan het is. We horen ook geregeld dat het niet goed genoeg is of niet snel genoeg gaat, terwijl we met een hele ploeg mensen het beste van onszelf geven, iedereen doet wat hij kan. En vergeet niet dat het contactonderzoek op een paar weken tijd op poten werd gezet, vanuit het niets, zonder dat daar initieel de structuur noch de mensen voor waren.”

“Kritiek kan ook van burgers komen; soms krijg ik emotionele mails. Sommigen smeken om bijvoorbeeld niet te versoepelen in de woonzorgcentra, terwijl anderen mij verwijten dat ik ouderen opsluit. Ik beantwoord zulke mails, en leg uit dat het voortdurend zoeken is naar evenwicht. Bepaalde verhalen blijven hangen, zoals getuigenissen over mensen met dementie die mede door de maatregelen hun kinderen niet meer herkennen. Zulke verhalen zijn kerfjes op mijn ziel.”

Professioneel geluk

Met haar voorzitterschap van het IFC, de Taskforce COVID-19 Zorg en haar functie als secretaris-generaal van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin combineert Karine Moykens drie jobs. Dat ze lange dagen maakt, hoeft niet te verwonderen. “Het is hectisch; afgelopen jaar had ik geen vakantie en nauwelijks weekends”, zegt ze. “Maar ik wilde absoluut mijn departement blijven leiden, mijn enige betaalde job overigens. Gelukkig kan ik altijd terugvallen op mijn bekwame afdelingshoofden, die steeds bereid zijn om bij te springen en te ondersteunen.”

“En ik doe het met plezier, want mijn professioneel geluk haal ik uit het idee dat ik iets kan bijdragen, dat ik misschien een steentje kan verleggen in de rivier. Maar natuurlijk kan ik niet ontkennen dat het druk is, en ook ik snak net als iedereen naar sociale contacten, sport en horecabezoek. Dus laat ons hopen dat de vaccinatie snel en vlot verloopt, zodat we langzamerhand richting versoepeling kunnen gaan.”