Anke Verlaenen en Neil Paterson

Door corona kunnen gedetineerden nu ook videobellen

Ook voor gedetineerden drukte corona een zware stempel op het jaar 2020. Maar het nieuwe ‘Strategisch plan hulp- en dienstverlening aan gedetineerden en geïnterneerden’ biedt wel toekomstperspectief, vertellen beleidsmedewerker Anke Verlaenen van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG) en Neil Paterson van Steunpunt Mens en Samenleving (SAM vzw). 

De coronapandemie betekende een uitdaging voor elk deel van onze samenleving. Eén groep die soms wordt vergeten, zijn de gedetineerden. Ook voor hen was 2020 een zeer moeilijk jaar, vertelt Neil Paterson van SAM vzw. “Er zijn lange periodes geweest waarin niemand bezoek mocht ontvangen: dat was heel zwaar voor de gedetineerden zelf, maar ook voor hun kinderen en partners. Daarnaast was het voor gedetineerden ook moeilijk om aan hun reclassering te werken: heel wat zaken in de maatschappij, zoals verslavingszorg, stonden tijdelijk on hold, waardoor ze veel moeilijker hun vrijlating konden voorbereiden. Ook binnen de gevangenismuren werden veel zaken tijdelijk stopgezet, vooral groepsactiviteiten. Tot op vandaag zijn er trouwens nog heel wat beperkingen, dus veel zaken blijven heel moeilijk.”  

“Wie in de gevangenis verblijft, botst sowieso al op veel beperkingen, maar nu werden dat er nog een stuk meer”, treedt beleidsmedewerker Anke Verlaenen bij. “Sommige gedetineerden hadden maandenlang geen fysiek contact: dat vreet aan een mens. Gelukkig werd vanuit de gevangenissen wel wat ondernomen om hen te helpen. Zo konden gedetineerden één keer per week videobellen met hun naasten, via een beveiligde laptop. Het plan om dat in te voeren lag al langer op tafel, maar door corona is dat in een stroomversnelling geraakt. Dat is een goede zaak, ook voor gedetineerden die enkel familie hebben in het buitenland bijvoorbeeld. Ook de hulpverlening in de gevangenis lag – net als in de rest van de samenleving – tijdelijk stil. Maar er is veel geïnvesteerd in telefonische hulp. Dit kan ook na de pandemie een aanvulling blijven op reguliere hulpverlening.” 

Evidence based 

Corona heeft dus wel het een en ander in een stroomversnelling gebracht. Maar sowieso stond er al verandering voor de deur, want in 2020 werd ook het nieuwe STRAP gelanceerd: het Strategisch Plan Hulp- en Dienstverlening aan gedetineerden en geïnterneerden. “De Vlaamse regering is bevoegd voor de hulp- en dienstverlening aan gedetineerden. En het lijkt misschien onwaarschijnlijk voor buitenstaanders, maar letterlijk élk Vlaams beleidsdomein is vertegenwoordigd in onze gevangenissen. Voor domeinen als Welzijn, Onderwijs en Werk lijkt dat logisch, maar ook domeinen als Wonen spelen een belangrijke rol: een betaalbare woning vinden is niet evident voor wie uit de gevangenis komt, maar het is wel een zeer belangrijke factor voor re-integratie”, vertelt Paterson. “En dus wordt elke legislatuur zo’n strategisch plan opgemaakt. Een gezamenlijke focus voor de komende vijf jaar, zeg maar. En die bestaat uit vijf grote strategische doelstellingen.” 

Een van die doelstellingen is dat er nog meer evidence based gewerkt moet worden. “Er was al vrij veel onderzoek naar gedetineerden, maar de resultaten waren nogal versnipperd. We hebben dringend nood aan een duidelijk, coherent geheel”, aldus Paterson. “De eerste maatregel die er zeker komt, is een algemeen, omvattend wetenschappelijk onderzoek naar de noden en behoeften van gedetineerden. Er wordt ook een profielschets gemaakt van onze populatie gedetineerden: geen overbodige luxe, want die oefening werd voor het laatst gemaakt in 2001. Sindsdien is die populatie enorm veranderd. En ten slotte komt er een bevraging van gedetineerden die na een lange gevangenisstraf zijn vrijgekomen. Dat was tot voor kort een lacune in het onderzoek. Terwijl het natuurlijk belangrijk is om te weten wat hen écht heeft geholpen en welke dienstverlening beter kan.” 

Continuïteit 

In het strategisch plan is ook aandacht voor specifieke doelgroepen, zoals veelplegers en geradicaliseerden bijvoorbeeld. Maar ook heel belangrijk: gedetineerden met psychische problemen. “Dit gaat om een doelgroep die gemiddeld al meer psychische problemen heeft dan andere burgers, en die problemen worden vaak nog versterkt door het verblijf in de gevangenis, wat toch een heel stressvol milieu is”, legt Paterson uit. Daarnaast is er ook extra aandacht voor continuïteit van hulpverlening. “Als de hulpverleningstrajecten buiten de gevangenis goed aansluiten op de trajecten binnen, verhoogt dat de kans op re-integratie in de samenleving. En daar is toch nog wat werk aan de winkel. Diensten die gedetineerden na hun vrijlating opvolgen, hebben vaak te weinig zicht op wat er binnen de gevangenis al is gebeurd. Meer afstemming is cruciaal.” 

“Door corona is de samenleving overspoeld door een digitale golf, maar binnen de gevangenissen is er toch nog een enorme achterstand” 

Tenslotte stipt Verlaenen nog het thema digitalisering aan. “Door corona is de samenleving overspoeld door een digitale golf, maar binnen de gevangenissen is er nog een enorme achterstand. Er zou bijvoorbeeld veel meer gewerkt moeten worden aan digitale vaardigheden van gedetineerden. En het zou ook goed zijn mochten gedetineerden voor hun vrijlating al bepaalde zaken online kunnen regelen, zodat die in orde zijn wanneer ze vrijkomen. Dat ligt vaak moeilijk, door strenge regels die federaal worden opgelegd. Maar ook op dat vlak lijkt er beterschap in zicht.”