Thomas Feys en Hannah Bohez

Voorzieningen kunnen op korte tijd veel besparen op hun energiefactuur én CO2-uitstoot

Thomas Feys en Hannah Bohez

Het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden (VIPA) stelt vijf miljoen euro ter beschikking voor 1.000 energieprestatiediagnoses bij voorzieningen uit de zorgsector. Bouwtechnisch adviseurs Thomas Feys en Hannah Bohez leggen uit hoe dat zit.

Wat zijn energieprestatiediagnoses precies?

Thomas Feys: “De voorzieningen die hierop intekenen, krijgen geen traditionele ‘energie-audit’. Er komen ervaren energiespecialisten langs die enkel een inventaris maken van gebouwelementen die relevant zijn voor de voorgestelde energiebesparende maatregelen. Zo gaat geen tijd en energie verloren aan elementen met onvoldoende besparingspotentieel. We pluizen uit welke maatregelen het meeste potentieel hebben en rekenen die verder in detail uit. Zo ontstaat een actieplan op maat met alle mogelijke energiebesparende maatregelen met de bijhorende terugverdientijden, CO2-impact, enzovoort.”

Hoeveel energieprestatiediagnoses zijn intussen al uitgevoerd?

Feys: “In april 2017 begonnen we te proefdraaien en in september hebben we een raamcontract in de markt gezet waarop alle erkende of vergunde voorzieningen uit de zorgsector kunnen inschrijven. In februari 2018 hadden we al meer dan 600 gebouwen waarvoor een diagnose is besteld. In principe komt elk type voorziening in aanmerking, van het kleinste kinderdagverblijf tot het grootste ziekenhuis. De enige voorwaarde is dat de gebouwen nog minstens vijf jaar in gebruik blijven.”

Hannah Bohez: “Dankzij die raamcontracten wordt alles administratief zeer eenvoudig. Ook om energiebesparende maatregelen uit te voeren, kunnen voorzieningen een beroep doen op raamcontracten: daardoor kunnen ze rekenen op scherpe prijzen. Tenslotte is het voor voorzieningen nog mogelijk om een EPC-contract af te sluiten (waarbij een externe partner alle maatregelen uitvoert, in ruil voor een deel van de winst) en zo de ambities nog te versterken. Daarvoor kunnen ze ook een premie krijgen. We willen voor een optimale ‘ontzorging’ gaan, zodat de drempel voor voorzieningen heel klein wordt. Daarvoor werken we samen met het Vlaams Energiebedrijf.”

Welke maatregelen komen het vaakst naar voren?

Feys: “Uit de eerste resultaten blijkt dat vooral ‘relighting’ (de vervanging van verlichting, van halogeen naar led bijvoorbeeld) vaak voordelig blijkt. Ook de renovatie van de stookplaats en het plaatsen van zonnepanelen staan in de top 3. Maar soms gaat het ook om kleine dingen: installaties beter afregelen bijvoorbeeld.”

Bohez: “De maatregelen met een terugverdientijd van minder dan vijf jaar moeten de organisaties zelf uitvoeren. Maar we willen ook inzetten op andere maatregelen met een grote CO2-impact, die een langere terugverdientijd hebben. Gevelisolatie is een goed voorbeeld. Dat is duur en rendeert economisch minder snel, waardoor voorzieningen het minder snel zullen doen. Voor zulke maatregelen kunnen voorzieningen steunsubsidies aanvragen. Daarvoor zal elk jaar een aantal oproepen zijn. We kennen de subsidies dan toe aan de maatregelen met het grootste CO2-besparingspotentieel. Het moet efficiënt zijn: niet enkel economisch, maar vooral kwalitatief. Dan gaat het natuurlijk om het klimaat, maar ook om de bouwtechnische aspecten. We houden altijd rekening met de specifieke noden van een voorziening. Het zou zonde zijn dat een organisatie bijvoorbeeld wél een nieuwe verwarmingsketel installeert – omdat die snel terugverdiend is – maar niet de gevel isoleert.”

Is dit allemaal vrijblijvend voor voorzieningen?

Feys: “Ze zijn niet verplicht om een energieprestatiediagnose te laten uitvoeren. Maar als ze dat wél doen, gaan ze ook een engagement aan. Alle maatregelen uit het actieplan met een terugverdientijd van vijf jaar of minder, moeten uitgevoerd worden. Als dat niet gebeurt, moet de voorziening de kosten van de energieprestatiediagnose betalen. Gelukkig valt het prijskaartje best mee: uit een analyse van de eerste 44 diagnoses bleken er gemiddeld 2,2 maatregelen met een korte terugverdientijd te zijn. Zo’n maatregel kost gemiddeld ongeveer 2.000 euro. Als organisatie zou je gek zijn om zulk ‘laaghangend fruit’ niet te plukken.”

Bohez: “Er komt ook een nieuw platform, ontwikkeld in samenwerking met het Vlaams Energiebedrijf. Hiermee streven we naar een administratieve vereenvoudiging voor de voorzieningen. Alle informatie uit de energieprestatiediagnoses wordt hierin opgenomen en voorzieningen zullen er ook eenvoudig kunnen intekenen op een nieuwe oproep voor steunmaatregelen. Bovendien kunnen organisaties perfect zien hoeveel energie ze verbruiken en hoe dat verbruik evolueert. En wij kunnen dus ook opvolgen welke ‘return’ de verschillende maatregelen hebben, zowel economisch als kwalitatief. Als we in de toekomst de CO2-uitstoot met een bepaalde hoeveelheid willen reduceren, zullen we precies weten hoeveel miljoenen daarvoor nodig zijn.”