Kristel Beyens en Elien Audenaert

Iedereen die onder elektronisch toezicht staat, moet goed begeleid en ondersteund worden

Kristel Beyens en Elien Audenaert

Sinds september 2016 zijn bij het Vlaams Centrum Elektronisch Toezicht (VCET) dossierbeheerders aan de slag: zij bieden ondersteuning aan mensen onder elektronisch toezicht. Professor Criminologie Kristel Beyens (VUB) en dossierbeheerder Elien Audenaert lichten toe.

Klopt het dat de rol van dossierbeheerder is ontstaan vanuit uw onderzoek naar elektronisch toezicht?

Kristel Beyens: “Ik voer al sinds 1996 onderzoek naar dit thema, nog voor er in ons land sprake was van elektronisch toezicht. Enkele jaren geleden besloot ik om samen met collega’s een vergelijkend Europees onderzoek te voeren. We hebben toen de verschillende vormen van elektronisch toezicht in ons land beschreven, en stelden vast dat er onderling grote verschillen waren. Mensen met een straf van langer dan drie jaar werden begeleid door justitieassistenten, maar mensen met een kortere straf kregen amper begeleiding. Die ‘naakte’ straf heb ik toen de Ryanair-optie genoemd. Wij hebben daarom voorgesteld dat er ook begeleiding moest komen voor korter gestraften, en die aanbeveling is uitgemond in de rol van dossierbeheerders.”

Wat doet een dossierbeheerder precies?

Elien Audenaert: “Wij focussen vooral op mensen met elektronisch toezicht als autonome straf (ETAS), mensen met een straf korter dan drie jaar en mensen in voorhechtenis. Naast de eenmalige informatieverstrekking door een justitieassistent aan het begin van een ETAS volgen wij vooral de administratie van nabij op: we geven een startdatum voor ETAS, contacteren de gestraften, communiceren met het parket. En wanneer iemand met ETAS een schorsing van straf vraagt – wat kan vanaf één derde van de straf – moeten wij een advies schrijven voor het parket. Daarnaast beheren wij de algemene mailbox van het VCET en pikken we ook problemen op die ons worden gesignaleerd. Als het OCMW bijvoorbeeld laat weten dat er geen woonst is voor iemand onder elektronisch toezicht, dan zoeken wij een oplossing.”

Wat is het grote verschil met de rol van een justitieassistent?

Audenaert: “Een justitieassistent biedt een veel ruimere begeleiding, vooral bij de dossiers afkomstig van de strafuitvoeringsrechtbank (meer dan 3 jaar), die meestal kadert binnen bepaalde voorwaarden, en ze focussen ook meer op re-integratie. Wij willen vooral het verloop van het elektronisch toezicht verbeteren, om te voorkomen dat het mislukt. Mensen met ETAS hebben zelden individuele voorwaarden. Meestal is er sprake van een standaard uurrooster, net als bij mensen met een straf van minder dan drie jaar. We controleren dus of mensen zich aan hun regime houden en we ondersteunen hen bij praktische en sociale problemen bij de uitvoer van hun uurrooster. We gaan dan heel gericht aan de slag. Maar we hebben ook al psychologische vragen gekregen, rond partnergeweld bijvoorbeeld. Dan verwijzen we door naar professionele hulp. En er komen ook geregeld vragen rond huisvesting. Soms zien gezins- of familieleden het niet meer zitten dat een gedetineerde tijdens het elektronisch toezicht bij hen woont, dan gaan we mee op zoek naar een oplossing.”

Beyens: “Dat is zeer positief: in Vlaanderen mag je het elektronisch toezicht elders opnieuw opstarten wanneer het misloopt. Dat is niet in alle landen het geval. Daarom is het ook zo belangrijk om woningen te zoeken voor mensen onder elektronisch toezicht. In Ruiselede is nu een huis geopend aan de gevangenis waar mensen onder elektronisch toezicht terechtkunnen die geen andere oplossing hebben.”

Vullen dossierbeheerders de leemte op die bleek uit uw onderzoek?

Beyens: “Het is natuurlijk beter dan vroeger, toen er amper of geen begeleiding was. Maar het blijft een compromis. De rol van justitieassistenten is veel breder: zij zorgen ervoor dat mensen hun weg vinden en op het juiste pad blijven. Niet iedereen die onder elektronisch toezicht staat heeft zulke steun nodig, maar sommigen wel. Ik ben wel tevreden dat er nu meer ondersteuning is voor de administratieve kant, want uit ons onderzoek bleek het vele papierwerk voor heel wat mensen een zware last. Bij de minste overtreding moeten ze een stapel formulieren invullen. Terwijl ze daar vaak weinig talent voor hebben. Elektronisch toezicht geeft veel stress, ook bij de omgeving van de gestrafte.”

Kunnen jullie de rol van dossierbeheerders al evalueren?

Audenaert: “Sinds er twee dossierbeheerders zijn – ik doe dit werk samen met een collega – krijgen we alvast minder klachten, wat natuurlijk een positief signaal is. Het aantal ETAS-dossiers blijft ook toenemen. We streven er altijd naar om mensen onder elektronisch toezicht zo goed mogelijk te kunnen opvolgen en ondersteunen.”