Etienne Rubens en Frank Van den Branden

Dankzij Foodsavers komen voedseloverschotten terecht bij mensen in armoede

Etienne Rubens en Frank Van Den Branden

Vlaanderen ondersteunt vzw Komosie, zodat meer gezonde voedseloverschotten terechtkomen bij sociale initiatieven en mensen in armoede. Etienne Rubens van vzw Komosie en beleidscoördinator Frank Van den Branden geven tekst en uitleg.

Wat doet vzw Komosie?

Etienne Rubens:Komosie staat voor de koepel van milieu-ondernemers in de sociale economie. We zijn vooral bekend als de koepel van de Kringwinkels, maar tien jaar geleden zijn er ook de Energiesnoeiers bijgekomen, en vijf jaar geleden de Foodsavers. Dat laatste luik is gegroeid uit een projectsubsidie van het Departement WVG. We kregen de kans om uit te groeien tot een expertisecentrum en aanspreekpunt rond het sociaal aan de slag gaan met voedseloverschotten. Het is onze ambitie om sociale economiebedrijven, sociale organisaties en lokale besturen te ondersteunen om meer en nieuwe activiteiten te ontwikkelen rond de inzameling, verdeling én verwerking van voedseloverschotten en zo ook sociale tewerkstelling te creëren. Voor mensen in armoede, maar ook ruimer. En dat natuurlijk op een voedselveilige en financieel haalbare manier. Met het logo en kwaliteitslabel Foodsavers willen we deze organisaties tonen dat ze deel uitmaken van een ruimere sector en hen een sterkere zichtbaarheid geven naar de buitenwereld toe.”

Kan je concrete voorbeelden geven?

Rubens: “Een mooi voorbeeld is het sociaal distributieplatform Depot Margo in Limburg: zij verzamelen voedsel, verzorgings- en huishoudproducten en verdelen die over lokale organisaties. Met hen hebben we een groentenproject opgezet: op de veiling BelOrta mogen we uit de markt genomen groenten ophalen, die Depot Margo dan verdeelt bij een 17-tal sociale voedselhulporganisaties in Limburg. Maar we werken bijvoorbeeld ook veel met sociale restaurants die voedseloverschotten verwerken tot gezonde maaltijden En er zijn ook meer en meer sociale kruideniers, waar mensen zelf hun voedingsproducten kunnen uitkiezen, die naast hun basisaanbod ook kwalitatieve voedseloverschotten aanbieden.”

Waarom steunt Vlaanderen deze projecten?

Frank Van den Branden: “Enerzijds willen we mensen in armoede helpen om kwaliteitsvol, betaalbaar voedsel te vinden. En anderzijds willen we voedselverlies beperken. Komosie werd aanvankelijk enkel gesteund als expertisecentrum, maar de huidige minister van armoedebestrijding heeft de voorbije jaren het Hefboomproject gesubsidieerd om enkele projecten van Foodsavers, zoals de voedseldistributieplatforms, verder uit te werken. Natuurlijk beseffen we dat je met dit soort materiële hulp armoede niet uit de wereld helpt. Structurele armoedebestrijding komt op de eerste plaats. Maar dit is toch een manier om mensen in hun dagelijkse behoeften te voorzien, op een kwalitatieve en emancipatorische manier.”

Veel mensen kennen de voedselbanken, maar dit is een heel ander verhaal?

Van den Branden: “Het is vooral een aanvullend verhaal. Momenteel wordt vaak gewerkt met vooraf samengestelde pakketten en langer houdbare producten, aangezien die in grote hoeveelheden besteld worden met Europese middelen voor voedselhulp. Vanuit Vlaanderen willen we nu bewust gaan voor gezonde, kwalitatieve producten. En we willen mensen zoveel mogelijk zelf laten kiezen, zodat het aansluit bij hun noden en we dus ook geen nieuwe overschotten creëren.”

Rubens: “De sociale distributieplatformen passen op het regionale of (groot)stedelijke niveau mooi tussen de provinciale voedselbanken en de talrijke lokale sociale en voedselhulporganisaties. We hebben trouwens ook verkregen dat er een proefproject komt vanuit de Federale overheidsdienst die voor België de Europese middelen voor voedselhulp beheert. Ze lanceerden recent een aanbesteding om verse soep te produceren door sociale economiebedrijven, op basis van groentenoverschotten. Die soep zal verdeeld worden in samenwerking met de voedselbanken.”

Welke uitdagingen zien jullie nog?

Rubens: “De voedseloverschotten die sociale organisaties inzamelen, zijn in de praktijk vaak verse en gezonde voedingsproducten van lokale supermarkten, die er steeds vaker hun sociaal beleid op afstemmen. Maar meestal draaien deze sociale organisaties op vrijwilligers en hebben ze beperkte middelen. Voor hen is het een zware opdracht om de strenge hygiëneregels, zoals de koude keten, te respecteren. Daarom zijn distributieplatformen zoals Depot Margo of Foodsavers cruciaal: zij kunnen één koelwagen laten rondrijden en alles ter plaatse leveren. Maar zulke sociale platformen kunnen nooit zelfbedruipend zijn. Het is dus cruciaal dat de verschillende beleidsniveaus nadenken over structurele financiering. Nu kunnen veel initiatieven starten dankzij projectmiddelen, maar het zou heel erg zijn als ze hun werking nadien weer moeten afbouwen bij gebrek aan geld.”