Ann Beusen en Pieter Poppe

Bij brand in een woonzorgcentrum is het soms veiliger om bewoners in hun kamer te houden

Ann Beusen en Pieter Poppe

Een studie van het VIPA naar brandveiligheid in vernieuwende zorgconcepten, won in 2017 de Fire Forum Award. Ingenieur-adviseur Ann Beusen (VIPA) en ingenieur Pieter Poppe (ISIB) vertellen.

Wat was de aanleiding voor deze studie?

Ann Beusen: “Bij het VIPA zijn we verantwoordelijk voor de regelgeving rond brandveiligheid in ouderenvoorzieningen. De laatste jaren zien we een belangrijke verschuiving in de architectuur. Traditioneel zag je aparte kamertjes en een afgesloten gemeenschappelijke ruimte die allemaal toegang hadden tot een evacuatieweg. Maar nu kiezen voorzieningen vaak voor een indeling waarbij alle kamers uitgeven op een open ruimte, die meteen ook de gemeenschappelijke ruimte is. Er is dus geen afgeschermde evacuatieweg die gevrijwaard blijft, waardoor de huidige regels rond brandveiligheid niet toegepast kunnen worden. We kunnen wel afwijkingen toestaan, maar we hadden te weinig kennis rond alternatieve veiligheidsmaatregelen. Met deze studie wilden we graag concrete antwoorden krijgen. Op termijn zouden we dan ook de regelgeving kunnen bijsturen.”

Hoe verliep de studie concreet?

Pieter Poppe: “We hebben, in overleg met een stuurgroep van betrokkenen, een realistische setting nagebouwd: een gemeenschappelijke ruimte, enkele afgesloten kamers, een open gang. In totaal nam dat ongeveer 130 vierkante meter in beslag. En daar hebben we dan vijf keer dezelfde brandhaard (een tweezitsbank) toegepast. Er werden dus vijf verschillende proeven uitgevoerd en telkens bekeken we de rookverspreiding in de gemeenschappelijke ruimte. De eerste keer zonder extra veiligheidsmaatregelen, de tweede keer met brandwerende deuren, de derde keer met een rook- en warmteafvoersysteem (RWA), de vierde keer met sprinklers (een blussysteem) en de vijfde keer met een RWA én sprinklers. Uiteraard was er niemand binnen, en stond de brandweer klaar om snel te blussen.”

Wat waren de conclusies?

Poppe: “Eén belangrijke conclusie was dat je de rook niet uit een ruimte krijgt met een RWA of sprinkler alleen. Meestal is die rook veel gevaarlijker dan de brand zelf. En je moet weten dat bij onze proeven de rook binnen enkele minuten de ruimte telkens volledig had gevuld.”

Beusen: “We hebben ook geleerd dat het niet aanvaardbaar is om oudere mensen te evacueren via een ruimte die gevuld is met rook. Daarom is het in bepaalde gevallen zelfs veiliger om ouderen in hun kamer te houden tot ze veilig geëvacueerd kunnen worden. In een woonzorgcentrum is elke kamer namelijk brandwerend gecompartimenteerd.”

Het lijkt nochtans logisch om iedereen zo snel mogelijk te evacueren.

Beusen: “In zorgvoorzieningen probeerde men dat tot nu toe ook altijd. Maar dat blijkt niet altijd de beste optie, hoe contra-intuïtief dit ook aanvoelt. Je moet ook rekening houden met het feit dat bewoners vaak slecht te been zijn, of soms helemaal niet kunnen stappen. Als een brand zich ’s nachts voordoet, wanneer er weinig personeel is, blijkt het zeer moeilijk om iedereen snel en veilig te evacueren. Het bepalen van de juiste evacuatiestrategie is daarom belangrijk.”

Poppe: “Al is het dan wel extra belangrijk om de kamers van bewoners goed te beschermen. Als die rechtstreeks uitgeven op de gemeenschappelijke ruimte, moeten in die ruimte sprinklers en/of openingen worden voorzien om de overdruk in de brandruimte teniet te doen. Want door die overdruk wordt de rook in de kamers van de bewoners ‘geduwd’. De kamers zelf hebben nu al verplicht brandwerende deuren, maar die laten wel nog rook door. Gelukkig is het relatief eenvoudig en goedkoop om brandwerende deuren ook rookwerend te maken.”

Hoe belangrijk was de Fire Forum Award voor jullie?

Poppe: “Zeer belangrijk, omdat dit een van de meest ambitieuze onderzoeken naar brandveiligheid was van de voorbije jaren. In totaal zijn we hier ruim 18 maanden mee bezig geweest, met groots opgezette, realistische proeven. Bovendien waren de conclusies verrassend voor de leden van de stuurgroep.”

Beusen: “Het is fijn om erkenning te krijgen van een professionele organisatie. De studie kreeg ook al internationale aandacht. We kregen verschillende uitnodigingen om ze in het buitenland toe te lichten. Intussen zijn er ook plannen voor een vervolgonderzoek. Dit wordt voorzien als een innovatieve overheidsopdracht, waarbij we de resultaten van het onderzoek willen uitbreiden naar alle zorgvoorzieningen.”